deel deze pagina:
     

Omgaan met lijden is geen optie, maar een gegeven in het leven van ieder mens. Vroeg of laat krijgt iedereen, christen en niet-christen, te maken met ‘het lijden’. Daar is geen ontkomen aan. Neem alleen al het ouder worden met alle geaccepteerde handicaps van kiesvullingen tot rollators waarmee we het ouder worden draaglijker proberen te maken; het leven kent een kant die lijden heet.

Omgaan met lijden en ons Godsbeeld

Meestal denken wij bij lijden aan ernstige ziekten, ondraaglijke omstandigheden of het slachtoffer zijn van ongewenste situaties en daden. Zaken die we als maatschappij liever wegstoppen in ziekenhuizen, opvangcentra en speciaal daarvoor ingerichte instituten. Het lijden past niet in ons ‘alles-moet-maakbaarzijn’ wereldbeeld.
Maar hoe gaan wij als christenen met het lijden om? Bij onszelf en als het een naaste geliefde treft? Op die momenten treft het lijden ons en kunnen we er niet meer om heen.

Vluchten, bevriezen, vechten
In de seculaire hulpverlening wordt gewezen op drie opties: vluchten, bevriezen of vechten. Herkenbare reacties die je in het lijden wellicht allemaal tegenkomt; je gaat erdoorheen, of je verzandt erin.
Hoe je als christen door het dal van diepe duisternis, wat het lijden is, heen gaat hangt in sterke mate af van je godsbeeld en de genade die de Heer je daarin geeft en die jij ook ontvangt. Ben je, zoals ik, opgevoed in de pinksterkerk met alle accenten op genezing dan kun je vluchten in het geloof op genezing, of bevriezen in de teleurstelling dat genezing niet jouw deel is, of in geloof met stevige proclamaties gaan vechten tegen het kwaad dat jou treft. Ben je, zoals mijn overleden vrouw, opgevoed in de reformatorische gezindte dan kun je bevriezen in het fatalisme dat dit onheil je treft, vluchten in de hoop op genezing via de medische wereld, of ook vechten tegen het kwaad dat jou treft, jezelf vastklampend aan de Psalmen.

Gods genade
In alle gevallen geloof ik dat God ons tegemoetkomt in Zijn genade. God geeft genade aan de pinkstergelovige in zijn vlucht, bevriezing en gevecht. God geeft genade aan de reformatorische christen in zijn vlucht, bevriezing en gevecht. God geeft Zijn genade niet omdat wij het goede pad van lijden kiezen. God geeft genade omdat Hij dat is. God komt ons in alles tegemoet met Zijn genade. Het grootste probleem is
echter, of wij open staan voor die genade, omdat deze er soms anders uitziet dan wij verwachten. Of omdat wij een specifiek, in onze ogen noodzakelijke, genade van God willen afdwingen. En als het lijden ons treft, worden we hier allemaal mee geconfronteerd. De een wat meer
aan de ene kant van het spectrum, de ander meer aan de andere kant.
Wat wij van God verwachten komt uit ons beperkte Godsbeeld dat ons is meegegeven of dat we zelf ontwikkeld hebben. Welke verwachtingen hebben wij van God als Vader in tijden van lijden? Dient God dan als een Sinterklaas-vader op te treden en in zijn genade ons te overladen met zijn goedheid in de vorm van een wonderlijke oplossing zoals genezing? Dat zou mooi zijn, maar we worden allemaal ouder en er zal eens een einde aan ons het leven komen.
Welke verwachtingen hebben wij van God als Rechter in tijden van lijden? Dient God als een Onderwijzer-vader ons terecht te wijzen in genade, zodat wij ons bekeren van onze verkeerde weg en aan het oordeel van deze Rechter mogen ontsnappen? Welke genade
kunnen we ontvangen wanneer het lijden dat ons treft ten diepste ons eigen schuld is?

Immanuël: de incarnatie als voorbeeld
Het lijden brengt boven alles onze diepste godsbeelden met de daaraan verbonden verwachtingen naar boven. En de genade van God is dat Hij daar midden in komt! Immanuël - God met ons! Gods genade wordt boven alles zichtbaar in Jezus. Van Zijn komst - de incarnatie tot en met zijn kruisiging, opstanding en hemelvaart. In de menswording laat God zien hoe Zijn genade vorm en een gezicht krijgt. In volledige zelfopofferende en ontledigende liefde daalt Jezus neer op deze aarde om één van ons te zijn, Immanuël. Niet één van ons in onze paleizen, godshuizen, of zakenimperiums, maar één van ons in de stal van het leven, één van ons in onze zonde en in ons lijden.
Zó komt Jezus in ons leven toen en nu. Zó ziet zijn aanwezigheid in deze wereld er uit. En zo groeit zijn aanwezigheid. Niet een keer veroordeelt Jezus een zondaar - wel religieuzen die God verkeerd en voorwaardelijk presenteren. Ook de overspelige vrouw niet (Johannes 8). Integendeel; Hij blijft in de stal van haar leven naast haar staan; in aanwezigheid, bereid de stenen met haar op te vangen. En als dat niet gebeurt, vraagt Hij: ‘Lieve vrouw, heeft iemand je veroordeeld?’ Hij vervolgt met ‘Ik veroordeel je niet!’ Pas na die volledige identificatie geeft Hij een wijs advies.
Gods genade komt het dichtstbij in Zijn aanwezigheid.
Zeker in het lijden. In het lijden is onze grootste troost en steun de zekerheid dat Jezus aanwezig is in ons lijden.

Jezus stierf voor en met ons
Onze Nederlandse geloofscultuur lijdt aan een overdosis van het juridische verzoeningsmodel. ‘Jezus stierf voor jouw en mijn zonden. Hij heeft de straf, die wij verdienden, voor ons gedragen’. Waar, waar, waar! Maar het is slechts één van de meerdere verzoeningsmodellen die de Bijbel rijk is. Het lijden is moeilijk te plaatsen in het juridische verzoeningsmodel, omdat het lijden vaak in het geheel niet gekoppeld kan worden aan persoonlijke zonde of overtreding. We komen dan niet verder dan de algehele val van de mens, oftewel de erfzonde.
Maar Jezus deed meer aan het kruis dan het oplossen van onze zonden en overtredingen.
In het lijden aan het kruis draagt Jezus het lijden van de mensheid met zich aan het kruis. Hij identificeert zich met ons lijden, omarmt het lijden van de mensheid tot in de ultieme diepte van marteling en moord door Zijn eigen schepsels en neemt al het lijden met zich mee de dood in - het eindelijke resultaat van lijden. Om vervolgens met die mensheid op te staan uit de dood, ons mee te nemen in een nieuw leven hier op aarde en bij de troon van de Vader. Wie dat gelooft leeft in die aanwezigheid, voor wie dit niet gelooft staat de uitnodiging open.

Meebewegen
Het weten dat Jezus in de liefde van de Vader en in de gemeenschap van de heilige Geest altijd bij ons is, ook in het lijden, roept de vraag opnieuw op hoe wij er dan mee om kunnen gaan. Want hoewel die aanwezigheid er altijd is - Hij heeft dat immers beloofd - we ervaren of voelen die aanwezigheid niet altijd in dezelfde overtuigende mate.
Mijn vrouw Joke getuigde van de volgende twee stappen die wij in ons lijden kunnen maken: ‘je moet het lijden recht in de ogen aankijken’ en ‘je kunt meebewegen met het lijden’. Het lijden recht in de ogen aankijken is komen tot erkenning van de situatie waarin je zit. Voor haar: ‘Ik ben terminaal ziek’. Voor mij: ‘Ik ga mijn vrouw verliezen’. En daarin nodigden we de aanwezigheid van Vader, Zoon en Geest uit. Dat leidde tot de meest intieme momenten samen, waarin een kopje thee bij mijn vrouw brengen, zo goed als sacramenteel, heilig werd.
Dat leidde tot ontmoetingen met de aanwezigheid van Vader op een eenzame oudejaarsavond, die mij nu twee jaar later nog troost en zekerheid geeft.
Wij gingen die ontmoetingen, hoe klein ze ook zijn, vlinders (ont)vangen noemen. Soms komt de vlinder plotseling langs en bewonder je de aanwezigheid in stilte en vertrouwen. Soms zoek je de aan-
wezigheid op in stilte en rust, die je zoekt bij Hem, die in alles altijd bij ons is en beloofd heeft ons nimmer te zullen verlaten.

Met dank overgenomen uit Groei Magazine